Wat salderen nu doet
Zolang je mag salderen, worden de stroom die je teruglevert en de stroom die je afneemt tegen elkaar weggestreept. Een kilowattuur die naar het net gaat is dan net zoveel waard als een kilowattuur die je zelf gebruikt.
Dat is ook meteen waarom een thuisbatterij vandaag op papier weinig oplevert: er valt niets te verschuiven als beide kanten hetzelfde waard zijn.
Wat er verandert
Vanaf 1 januari 2027 worden afname en teruglevering apart afgerekend. Voor teruggeleverde stroom krijg je alleen nog een terugleververgoeding. Tot 2030 moet die minimaal de helft van het kale leveringstarief zijn — in de praktijk komt dat neer op ongeveer 6 tot 9 cent per kilowattuur, tegenover zo'n 30 cent voor stroom die je afneemt.
Dat verschil ís het verdienmodel van een thuisbatterij. Elke kilowattuur die je opslaat in plaats van teruglevert, is het verschil tussen die twee tarieven waard.
En terugleverkosten?
Veel leveranciers rekenen nu terugleverkosten in staffels per maand. Vanaf diezelfde datum mogen alleen nog de werkelijk gemaakte kosten worden doorberekend, per kilowattuur. Wat leveranciers precies gaan rekenen, staat nog niet vast.
Daarom rekent onze keuzehulp standaard met nul terugleverkosten. Dat maakt de uitkomst voorzichtig: heb jij ze wel, dan valt het voordeel hoger uit, niet lager. Je kunt je eigen tarief in de keuzehulp invullen.
Let op bij besparingsbedragenElk bedrag dat je ergens leest over een thuisbatterij, hoort bij een aanname over verbruik, tarieven en salderen. Vraag altijd bij welk scenario het hoort. Ons rekenmodel staat openbaar, inclusief bronnen.